In de herfst kan dezelfde outfit buiten te koud en binnen te warm zijn. Laagjes lossen dat praktisch op: begin met een dunne basis, voeg warmte toe met een vest of fijne knit en kies een jas die past bij wind en regen. Het voordeel zit niet in een vast aantal lagen, maar in het feit dat je onderweg makkelijk iets kunt uitdoen of weer aantrekken.

Delphine getailleerde blouse met coupenaden voor dames in schaduwblauw | Issu & Lloyd

Waarom lagen beter werken dan één dikke trui

Tussen een koude fietstocht en een verwarmd kantoor kan een groot temperatuurverschil zitten. Met meerdere dunne lagen kun je daar makkelijker op reageren dan met één zwaar kledingstuk. De jas gaat uit, het vest kan open of helemaal weg en de basislaag blijft staan.

De drie lagen

  • De basislaag. Dit is wat tegen je huid ligt: een blouse, overhemd of fijn T-shirt. Kies een stof die prettig voelt en niet plakt.
  • De middenlaag. Dit is bijvoorbeeld een fijngebreid vest, een dunne trui of een lichte knit. Kies iets dat over de basislaag past zonder te trekken.
  • De buitenlaag. Een jas, trenchcoat of getailleerd jack. Deze laag houdt wind en regen tegen en bepaalt het silhouet.

Wat trek je aan bij welke temperatuur?

Onderstaande tabel is een richtlijn. Wind en regen maken het kouder, dus kijk naar het gevoel in plaats van alleen het getal.

Temperatuur Basislaag Middenlaag Buitenlaag
16 graden en hoger Blouse of overhemd Optioneel: vest over de schouders Geen of een dun jasje
12 tot 16 graden Blouse of overhemd Fijngebreid vest of polo Dun jack of trenchcoat
8 tot 12 graden Blouse of overhemd Polo of vest van wol Wollen jas of warm jack
Onder 8 graden Fijn hemd onder blouse Gebreide trui of wolmix Warme jas, sjaal, handschoenen

Voor dames: zo bouw je de lagen op

Begin met een blouse die je ook zonder jas kunt dragen. De Delphine getailleerde blouse met coupenaden in schaduwblauw bestaat uit 35% bamboe, 30% microvezel, 30% polyester en 5% elastaan. Door de coupenaden valt hij tegen je lijf, zodat er weinig volume onder het vest komt. Draag eroverheen het Veronique fijngebreid lyocellvest in lichtblauw, dat met 100% lyocell dun blijft en toch een extra laag geeft. Als onderkant past de Arabelli high-waist pantalon met plooien in zwart goed. De hoge taille laat de blouse mooi in de band zitten en voorkomt dat de blouse bobbelt.

Voeg daarna een jas toe in een kleur die past bij je basis. Een beige of navy jas bij een lichtblauwe blouse en zwarte pantalon geeft een gelijkmatig palet.

Voor heren: zo bouw je de lagen op

Voor heren kan het Hamilton overhemd in lichtblauw gestreept de basis vormen. Draag daarover een fijngebreid wollen vest zoals Maximilian in beige. Door de regular-fit pasvorm is dit logischer als middenlaag dan een slim-fit polo over een overhemd. De Ulysses herringbone pantalon in taupegrijs sluit qua kleur rustig aan bij lichtblauw en beige. Kies de jas daarna op het weer en op de ruimte die je over het vest nodig hebt.

Vier regels voor lagen die kloppen

  1. Werk van licht naar zwaar. Elke laag is iets dikker dan de vorige, zodat de buitenste laag over de rest valt.
  2. Controleer de lengtes samen. Een onderlaag mag zichtbaar zijn, maar dat hoeft niet. Kijk vooral of de lagen niet op onhandige punten ophopen.
  3. Houd de kleuren overzichtelijk. Een beperkt palet maakt combineren eenvoudiger, maar er is geen vast maximum.
  4. Let op de mouwen. Een mouw die te ruim is, bundelt zich in de volgende mouw en geeft een bobbel. Pas je overhemd en je vest altijd samen.

Zo voorkom je dat je erin zweet

Laagjes werken alleen als de afzonderlijke stukken ook los prettig zitten. Kies daarom geen middenlaag die je de hele dag móét aanhouden omdat de basislaag niet zelfstandig werkt. De jas is vanzelfsprekend de eerste laag die binnen verdwijnt.

Een dag in lagen

Stel: je vertrekt om acht uur met tien graden, werkt de hele dag op een verwarmd kantoor en gaat aan het eind van de middag naar een restaurant. Je start met je blouse of overhemd en een vest of polo, en neemt een jas mee. Onderweg draag je alles. Op kantoor hang je de jas weg en laat je het vest open. Tijdens de lunch trek je het vest uit als het binnen warm is. Voor het diner trek je het vest weer aan en pak je de jas. Elke laag is dun, past onder de volgende en kan weg zonder dat de outfit uit elkaar valt. Dat is het hele idee.

Waar je in de winkel op let

Kijk bij een nieuwe laag altijd of hij over de andere past. Pas daarom met de kleding die je er normaal bij draagt. Je ziet dan direct of een jas over een vest nog bewegingsruimte geeft, of dat de mouwen krap worden. Meer keuze vind je bij damesblouses, knitwear voor dames, herenoverhemden en herenpantalons. Zoek je een buitenlaag, kijk dan bij jassen en jacks.

Shop de look

Veelgestelde vragen

Hoeveel lagen is genoeg in de herfst?

Dat hangt af van temperatuur, wind, activiteit en hoe snel je het koud hebt. Een basislaag, middenlaag en jas zijn een praktisch vertrekpunt, geen vaste regel.

Hoe voorkom ik dat ik er dik uitzie met lagen?

Kies lagen die samen voldoende bewegingsruimte geven. Vooral bij mouwen en schouders merk je snel wanneer er te veel volume onder elkaar zit.

Welke kleuren werken het best?

Begin met één basiskleur, bijvoorbeeld navy of grijs, en voeg een lichte tint toe, zoals wit of lichtblauw. Een warme tint als bruin of bordeaux maakt het af.

Kan ik kleding terugsturen als lagen niet passen?

Past een combinatie niet goed over elkaar, bekijk dan de actuele voorwaarden op onze pagina retourneren.