Een trui zit goed als de schouders kloppen, de mouwen de juiste lengte hebben en de stof nergens trekt of onnodig opbolt. Controleer de pasvorm ook terwijl je beweegt.

Waarom pasvorm bij knitwear zo bepalend is
Gebreide stof rekt uit en veert terug, waardoor een trui meer vergeeft dan een geweven overhemd. Dat is een voordeel, maar ook een valkuil. Een te ruime of te strakke trui kan de bedoelde pasvorm veranderen. Een goede pasvorm zorgt dat het breisel mooi valt.
De pasvorm van knitwear volgt andere regels dan die van een overhemd. Een fijngebreide polo hoort strakker te zitten dan een grofgebreide trui, en een vest hoort net iets meer ruimte te hebben dan een pullover. Hieronder lopen we de punten één voor één door.
De vijf controlepunten
- Schouders: de naad ligt meestal rond het uiteinde van je schouder, tenzij het model bewust een verlaagde schouder heeft.
- Borst en rug: de stof ligt vlak, zonder rimpels of trekken. Je moet je armen kunnen kruisen zonder dat de naden spannen.
- Mouwen: de mouw valt tot je polsbot. Bij fijne tricot mag een rand van de manchet tot op je hand komen, bij een dikke trui valt de manchet vaak over de pols.
- Lengte: de zoom rust op je heup of net daaronder. Bij een trui over een pantalon zonder jasje mag hij iets langer, bij een trui onder een jasje korter.
- Hals: de hals moet prettig liggen zonder te trekken of te gapen.
Fijne tricot of grove brei?
De dikte van de stof bepaalt hoeveel ruimte je nodig hebt. Fijne tricot wordt vaak dichter op het lichaam gedragen. Grove brei heeft van zichzelf meer volume.
| Type | Hoe het hoort te zitten | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Fijne tricot | Aansluitend, zonder te knellen | Polo of dunne trui |
| Middelfijn | Net iets ruimer rond de borst | Trui met rits of kraag |
| Grove brei | Ruim, met speling in de schouders | Dikke kabeltrui |
| Vest | Iets ruimer dan een pullover | Open of dicht gedragen |
Voorbeelden uit de collectie
Liorah is een kabelgebreide polo met goudkleurige knopen in marineblauw, van 80% viscose 20% polyamide. Een kabelbreisel heeft wat meer volume, dus kijk of hij niet over de heupen trekt. Josephine is een gebreide polo met V-hals in zwart van 79,9% viscose, 20,1% polyamide. Hij hoort net aan te sluiten rond de borst.
Voor heren is Trenton een open polo van 100% merinowol in zwart. Een open polo ligt vlak in de nek, dus controleer vooral de schouders. Theodore is een fijngebreide open polo van 100% lyocell in lichtgrijs gemêleerd, en Edmund is een polo met kwartrits van 100% lyocell in lichtgrijs gemêleerd. Bij beide is de fijne tricot geschikt om onder een jas te dragen.
Wil je een vest erover? Eleanor is een geribd gebreid vest in wit, van 79,9% viscose, 20,1% polyamide. Een geribde structuur kan veel rek geven. Controleer altijd de maattabel van het specifieke model.
Pasvorm en persoonlijke voorkeur
Welke halslijn of lengte prettig werkt, verschilt per persoon. Kijk daarom niet alleen naar lichaamsvorm, maar ook naar hoe je de trui wilt dragen: los, ingestopt, onder een jas of over een overhemd.
Hoe verhoudt een trui zich tot de rest van je outfit?
Een trui bestaat niet op zichzelf. Hij komt over een overhemd, onder een jas of boven een pantalon, en die combinaties veranderen de ideale pasvorm. Draag je een trui onder een jas, kies dan een fijne tricot die niet bol staat onder de mouwen. Draag je een trui over een overhemd, laat dan de kraag zichtbaar en kies een trui die aan de hals iets ruimer valt. De lengte van de trui verandert hoe de taille en broek zichtbaar zijn. Kies vooral wat bij de rest van de outfit past.
Veelgemaakte fouten
- Een maat groter nemen "voor de zekerheid", waardoor de schouders naar beneden zakken.
- De mouwlengte niet controleren: een trui met te korte mouwen trekt omhoog zodra je je armen optilt.
- Wassen op te hoge temperatuur, waardoor de trui krimpt. Volg de wasvoorschriften op het etiket.
- Zwaar breiwerk kan op een hanger uitrekken. Bewaar het volgens het onderhoudsadvies en bij voorkeur gevouwen als het materiaal daar baat bij heeft.
Een korte test thuis
Draag de trui een uur en beweeg: reik naar een hoge plank, buig voorover en ga zitten. Trekt hij omhoog, knijpt hij onder de oksel of voel je dat de hals verschuift, dan zit hij niet goed. Een trui moet immers niet alleen in de spiegel goed zitten, maar ook in beweging. Bekijk daarna onze knitwear voor heren of knitwear voor dames om andere maten naast elkaar te zetten.
Vergelijk tot slot de maattabel met een trui die je al hebt en goed zit. Meet de breedte van schouder tot schouder en de lengte van de nek tot de zoom. Dat geeft je een persoonlijke referentie die betrouwbaarder is dan het label. Houd daarna rekening met krimp: volg de wasvoorschriften en lees op onze pagina over merinowol hoe wol zich gedraagt in de was.
Shop de look

Liorah: kabelgebreide polo, marineblauw

Josephine: gebreide polo met V-hals, zwart

Trenton: open polo van merinowol, zwart

Theodore: open polo van lyocell, lichtgrijs gemêleerd

Eleanor: geribd gebreid vest, wit

Edmund: polo met kwartrits van lyocell, lichtgrijs gemêleerd
Veelgestelde vragen
Hoeveel ruimte moet er in een trui zitten?
Er is geen vaste hoeveelheid ruimte. De stof moet vrij vallen zonder te trekken, en je moet comfortabel kunnen bewegen.
Waar moet de schoudernaad zitten?
Op de rand van je schouder. Zakt hij naar beneden, dan is de trui te groot.
Hoe weet ik of een trui te klein is?
Als hij over de borst trekt, de mouwen omhoog schuiven of de steken zichtbaar uitrekken.
Kan ik een trui ruilen of retourneren?
Controleer de actuele retourvoorwaarden op de retourpagina.